Zoals mijn leermeester Piet Weisfelt altijd zei:
“Het leven geeft je nooit wat je vraagt, maar wel wat je nodig hebt.”
Vijf dagen geleden kreeg die uitspraak ineens een heel letterlijke betekenis.
Uit het niets werd ik overvallen door een knallende hoofdpijn zoals ik die nog nooit had gevoeld. De pijn was zo intens dat ik alleen nog kon overgeven en proberen rustig te blijven ademen, hopend dat het vanzelf voorbij zou gaan. Na anderhalf uur besloot ik toch 112 te bellen. Nog geen kwartier later lag ik in de ambulance, onderweg naar de afdeling Neurologie.
Een MRI-scan volgde – en toen kwam de uitslag: ik had een hersenbloeding gehad…
De afgelopen week bracht ik door in het ziekenhuis. En waar ik normaal altijd vol energie en in beweging ben, veranderde ik ineens in iemand die zelfs een korte meditatie niet kon luisteren – omdat dat al te veel energie kostte.
Gelukkig is de prognose goed. Er zijn geen restverschijnselen en de kans dat het terugkomt is heel klein. Maar herstel vraagt tijd. En dit keer mág en wíl ik die tijd ook echt nemen.
Want eerlijk is eerlijk: ik wist al lang dat ik structureel te druk was, maar het lukte me niet om echt gas terug te nemen. Nu heeft het leven dat voor mij gedaan. En hoe vreemd het ook klinkt: ergens voelt dat als een opluchting. Ik kan nu werkelijk niets meer. Mijn lijf bepaalt het ritme — en ik kan nu niets anders doen dan me daaraan over te geven.
De komende twee maanden zal ik daarom volledig rust nemen en niet gaan werken. Daarna kijk ik stap voor stap hoe ik het verder ga opbouwen.
Ik weet zeker dat er nog dalen gaan komen, maar ook dat deze crisis uiteindelijk iets moois zal brengen.